Rond m'n zestiende stonden de schuurtjes in De Bilt vol met vettige carters en tweetaktwalm. Iedereen reed Puch of Tomos, en je hoorde per definitie bij één van de twee kampen. Die vete was typisch Nederlands; ooit slim aangewakkerd door de Puch-importeur die Tomos als inferieur spul wegzette, terwijl Tomos ooit gewoon braaf met Puch-licenties was begonnen.
Maar als je écht hard wilde, vergat je die merktrouw heel snel.
Zodra je zo'n Puch-blok serieus ging opvoeren, begon de ellende met het rijwielgedeelte. Die originele Puch-frames hadden namelijk de nare eigenschap om krom te trekken als een banaan onder te veel vermogen. Levensgevaarlijk. De oplossing van de nuchtere sleutelaar was simpel, al gold het in het dorp als heiligschennis: je pakte het frame van een Tomos — dat constructief een stuk stijver en degelijker in elkaar stak — en lepelde daar je snelle Puch-blok onder. Het reed snaarstrak, al keek de gemiddelde purist met een hoog stuur je met de nek aan.
Uiteindelijk draait goeie techniek om pragmatisme, niet om het stickertje op het frame.
Hebben jullie vroeger ook van dit soort hybride creaties in elkaar geschroefd, of bleef je stug trouw aan één kamp?
Ik las vanmorgen vluchtig een bericht over Eric Bauza, de man die tegenwoordig de stemmen van Bugs Bunny en D…
0 reacties · Lees verder →
Het buurjongetje (zeventien, leergierig, ongeduldig) heeft van zijn opa een Puch Maxi gekregen die al jaren i…
0 reacties · Lees verder →
Nog geen reacties.





